Initi­a­tief­voorstel Een Warm­te­visie zonder verbranding van (brand­stoffen vervaardigd uit) biomassa


Geen bossen­ver­nie­ti­gende, vervui­lende houtstook in Nijmegen!

9 juni 2020

Op 26 september 2018 heeft de Gemeenteraad de Warmtevisie vastgesteld.
In deze Warmtevisie is ruimte gelaten voor:

  1. Biomassa als transitiebrandstof in aanloop naar volledig duurzame energie en
  2. De bouw van nieuwe biomassacentrales in Nijmegen.

De Warmtevisie verwijst ook naar een nog te maken projectplan Aardgasvrij Nijmegen. Dat projectplan is door de Raad op 27 november 2019 vastgesteld. In het projectplan staat slechts op één plek een verwijzing naar biomassa, namelijk een onderzoek naar een biomassacentrale op het ENGIE-terrein als hoofdproduct 8 op pagina 11.

Biomassaverbranding niet duurzaam

Inmiddels waarschuwen steeds meer wetenschappers dat grootschalige biomassaverbranding klimaatverandering versnelt, ontbossing bewerkstelligt en resulteert in biodiversiteitsverlies. Biomassaverbranding is derhalve niet duurzaam. Biomassaverbranding in kleinere biomassacentrales levert bovendien gezondheidsschade op bij omwonenden, doordat kleinere centrales aan minder strenge uitstootregels hoeven te voldoen.

Amendement

In november 2019 heeft de gemeenteraad van Nijmegen dit voortschrijdend inzicht omarmd en met een grote meerderheid een amendement op de Gebiedsvisie Waal Energie aangenomen, waardoor er geen biomassacentrale meer kan worden gebouwd op het ENGIE-terrein.

Los einde

Het is daarmee echter nog niet klaar: het is belangrijk nieuwe biomassaverbrandingscentrales ook in andere delen van Nijmegen te voorkomen. Daartoe moet nog één besluit worden genomen en wel m.b.t. aanpassing van de Warmtevisie en daaruit voortvloeiende documenten, zodanig dat toekomstige mogelijkheden voor de verbranding van biomassa in de gemeente Nijmegen worden uitgesloten.

Uitvoerings- en financiële consequenties

Het feit dat in het eerder genoemde projectplan alleen een verwijzing naar een biomassacentrale op het ENGIE-terrein is opgenomen lijkt erop te wijzen dat er verder geen biomassaverbrandingscentrales gepland waren in Nijmegen.
De uitvoeringsconsequenties van dit initiatiefvoorstel zijn daarmee beperkt. Het onderzoek naar een biomassaverbrandingscentrale op het ENGIE-terrein hoeft niet te worden uitgevoerd en daarmee kunnen uren en dus kosten worden bespaard.

Definitie biomassa

Voor biomassa hanteren we hierbij de definitie zoals gebruikt in het Besluit omgevingsrecht (bijlage I onder A) en het Activiteitenbesluit (artikel 1.1 lid 1) d.d. 4-6-2020, te weten:

Biomassa:

  • producten die bestaan uit plantaardig landbouw- of bosbouwmateriaal dat gebruikt kan worden als brandstof om de energetische inhoud ervan te benutten
  • plantaardig afval uit land- of bosbouw
  • plantaardig afval van de levensmiddelenindustrie, indien de opgewekte warmte wordt teruggewonnen
  • vezelachtig plantaardig afval afkomstig van de productie van ruwe pulp en van de productie van papier uit pulp, indien het op de plaats van productie mee wordt verbrand en de opgewekte warmte wordt teruggewonnen
  • kurkafval
  • houtafval, met uitzondering van houtafval dat ten gevolge van een behandeling met houtbeschermingsmiddelen of door het aanbrengen van een beschermingslaag gehalogeneerde organische verbindingen dan wel zware metalen kan bevatten.

Daaruit volgend worden de volgende brandstoffen in het Activiteitenbesluit gezien als biomassa:

  • A-hout: onbehandeld en ongeverfd hout.
  • Afgewerkte frituurvetten en oliën
    In de regel zal hier sprake zijn van biomassa. Wanneer er sprake is van plantaardig afval uit de levensmiddelenindustrie is er sprake van biomassa, indien de opgewekte warmte wordt teruggewonnen.
  • Houtachtige gewassen
    Houtachtige gewassen worden gezien als biomassa indien de aard van het materiaal overeenkomt met producten uit de bosbouw. Dit betekent dat ook snoeihout uit parken en lanen ingezet kan worden onder de noemer biomassa.
  • Grasachtige gewassen
    Grasachtige gewassen worden gezien als biomassa indien de aard van de gewassen overeenkomt met gewassen uit de landbouw.
  • Houtafval uit de houtbewerking
    Schoon afval uit de houtbewerking wordt gezien als biomassa. Voor HPL-laminaat is door de Raad van State uitspraak Culemborg duidelijk dat er geen sprake is van biomassa vanwege 30% houtvreemd materiaal. Er is geen wettelijk kader over de vraag welk percentage houtvreemd materiaal nog toegestaan is om toch nog van biomassa te kunnen spreken.

De volgende brandstoffen worden in het Activiteitenbesluit niet gezien als biomassa:

  • B-hout
    Hout dat niet onder de definitie van A-hout of C-hout valt waaronder, gelakt, gelijmd en geverfd hout.
  • C-hout
    Geïmpregneerd hout, zijnde behandeld hout waar stoffen al dan niet onder druk zijn ingebracht om de gebruiksduur te verlengen.
  • A-hout dat vergast wordt
  • B-hout dat vergast wordt
  • Pyrolyse-olie
  • Afgewerkte frituurvetten en -oliën
    Wanneer er geen sprake is van afgewerkte plantaardige vetten uit de levensmiddelenindustrie maar van bijvoorbeeld ingezameld vet uit huishoudens is er geen sprake van biomassa. Dit geldt dus formeel ook voor gezuiverd en gefilterd vet uit huishoudens wat verstookt wordt.
  • Biodiesel
  • Biogas/ vergistinggas
    Vergistinggas is geen biomassa volgens de definitie van biomassa (definitie van vergistinggas is een gasvormige brandstof, met als hoofdbestanddelen methaan en koolstofdioxide, dat is ontstaan door vergisting van organisch materiaal);
  • (Kippen)mest
  • Dierlijke vetten
  • Torrefactie
    Bij torrefactie wordt biomassa verhit tot 200-400 graden Celsius zonder zuurstof waarbij het een structuur krijgt die aan kolen doet denken. Omdat bij torrefactie biomassa omgezet wordt in een ander product valt het niet meer onder de definitie van biomassa.

Voorstel om te besluiten

De indieners stellen de Raad voor te besluiten de Warmtevisie en alle daaruit voortvloeiende en/of daarmee samenhangende documenten zodanig aan te passen dat hierin:

  1. Biomassa en brandstoffen gemaakt uit biomassa (via vergassing, pyrolyse, torrefactie, etc.) als transitiebrandstof en/of voor de productie van elektriciteit in principe worden uitgesloten.
  2. Alleen afval enerzijds en anderzijds bijproducten en/of restproducten die bij de vervaardiging van hoogwaardige grondstoffen/ producten uit biomassa (niet zijnde energiedragers) ontstaan als transitiebrandstof (zoals biogas/ vergistinggas en afgewerkte frituurvetten en -oliën) worden toegestaan, mits:
    a) er aantoonbaar geen hoogwaardiger alternatief bestaat (cascadering) en
    b) verbranding minder schade oplevert voor het milieu en de leefomgeving dan wanneer de bijproducten en/of restproducten zelf in het milieu of de leefomgeving zouden worden gebracht of gestort
  3. Mogelijkheden worden uitgesloten om in Nijmegen nieuwe (biomassa)centrales te bouwen voor de verbranding van biomassa en brandstoffen gemaakt uit biomassa (via vergassing, pyrolyse, torrefactie etc.) zoals bedoeld onder beslispunt 1.


Status

Aangenomen

Voor

Partij voor de Dieren, Stadspartij Nijmegen, SP, PvdA, D66, GroenLinks

Tegen

VVD, CDA, 50PLUS, Gewoon Nijmegen, Voor Nijmegen.NU