Geen biomas­sa­ver­branding op het ENGIE-terrein


Amen­dement bij Raads­voorstel Vast­stellen Gebieds­visie Waal Energie

27 november 2019

De gemeenteraad van Nijmegen, in vergadering bijeen op 27 november 2019,

Constaterende dat:

  • In 2017 een meerderheid van de Raad zich verzette tegen de komst van een biomassacentrale op het ENGIE-terrein;
  • In de ‘Gebiedsvisie Waal Energie’ de mogelijkheid van biomassa als brandstof binnen de geplande warmtecentrale op het ENGIE-terrein toch weer is opgenomen;
  • Er grote wetenschappelijke kritiek bestaat op de verbranding van biomassa (KNAW; EASAC, enz.);
  • Het verbranden van biomassa tot nog meer uitstoot van stikstof, fijnstof en broeikasgassen kan leiden dan de zwaar vervuilende steenkool;
  • De maatschappelijke zorgen over biomassacentrales snel toenemen;
  • De gemeente Nijmegen als Green Capital zich heeft gecommitteerd aan duurzame ambities,

Overwegende dat:

  • Het gebruik van biomassa als brandstof niet duurzaam is[1][2];
  • Biomassa ingezet dient te worden als grondstof (hoogwaardige inzet) en niet als brandstof[3];
  • Grootschalige verbranding van biomassa ook de voedselzekerheid voor mens en dier, gebruik in de bouw en in de chemie, gebruik als grondverbeteraar enz. in gevaar kan brengen, omdat hoogwaardiger toepassingen van biomassa dan mogelijk moeten gaan concurreren met biomassa als brandstof;
  • Bomen er minimaal 30 tot 100 jaar over doen om de CO2 die door het verbranden van biomassa vrijkomt weer op te nemen, terwijl de hoeveelheid CO2 nu juist omlaag moet;
  • Natuur en biodiversiteit gevaar lopen door het grootschalig verbranden van houtige biomassa, terwijl er naast een klimaatcrisis ook sprake is van een biodiversiteitscrisis;
  • Het ‘afval’ (ook top- en takhout) van bomen een belangrijke rol speelt in de natuurlijke kringloop (humus, mineralen, meststof, habitat en voedsel voor o.a. insecten, etc.)[4];
  • Er in Nederland al plannen zijn voor tenminste 628 biomassacentrales, die met elkaar zullen gaan concurreren om de beperkte hoeveelheid biomassa als brandstof;
  • Er niet genoeg lokaal, noodzakelijk snoei-, rest- en afvalhout te vinden is binnen een straal van 100 km of meer rond die biomassacentrales, waardoor het lokale karakter van alle biomassa die in een centrale wordt verstookt niet te waarborgen is;
  • Er nog maar weinig lokaal resthout is dat niet wordt gebruikt[5];
  • Er in Nederland niet voldoende noodzakelijk snoei-, rest- en afvalhout voorhanden is om te voldoen aan de vraag van alle biomassacentrales tezamen;
  • Hierdoor een perverse prikkel ontstaat om meer bomen te kappen en/of meer te snoeien dan nodig is, zowel in Nederland als in het buitenland, en/of om biomassa uit het buitenland te importeren;
  • Er nog geen goed, sluitend certificeringssysteem is om de herkomst van biomassa te achterhalen;
  • De toegenomen vraag naar snoei-, rest- en afvalhout nu al onbedoeld leidt tot ontbossing in Nederland en elders in de wereld, hetgeen leidt tot nog minder bomen die CO2 kunnen opnemen en tot nog verder verlies van biodiversiteit[6];
  • Verbranding van biomassa leidt tot (extra) uitstoot van gassen en deeltjes die slecht zijn voor de gezondheid van inwoners die in Nijmegen en Beuningen binnen de reikwijdte van het ENGIE-terrein wonen;
  • De uitstootnormen voor een biomassacentrale een stuk soepeler zijn dan voor bijvoorbeeld de verbrandingsoven van de ARN;
  • Biomassaverbranding mogelijk geuroverlast veroorzaakt;
  • Het verbranden van biomassa op veel maatschappelijk verweer kan rekenen;
  • Het wenselijk is zo snel mogelijk gebruik te maken van écht schone energie in de warmteproductie, en biomassaverbranding ontwikkelingen hierin kan vertragen: veel geld dat in biomassacentrales wordt gestoken, kan ook worden gebruikt voor werkelijk duurzame energieopwekking en om bedrijven en huishoudens daadwerkelijk en versneld te verduurzamen;
  • Het niet mogen verbranden van biomassa de ENGIE stimuleert om sneller meer duurzame keuzes te maken;
  • Nijmegen als Green Capital een voorbeeldfunctie heeft op het gebied van klimaat, biodiversiteit en de gezondheid van haar inwoners,

Besluit:

Beslispunt 2 aan te passen met dien verstande dat er een aantal aanpassingen komt in de ‘Gebiedsvisie Waal Energie september 2019’:

  1. De volgende passage te schrappen uit de ‘Gebiedsvisie Waal Energie’ (pagina 8: regel 5):
    Ook is het spanningsveld tussen een prettige woonomgeving en ruimte bieden aan industrie en grootschalige energieopwekking (bijvoorbeeld met biomassa en met wind) een uitdaging.

    En te vervangen door:
    Ook is het spanningsveld tussen een prettige woonomgeving en ruimte bieden aan industrie en (grootschalige) energieopwekking (bijvoorbeeld met zon en met wind) een uitdaging.
  2. De volgende passage te schrappen uit de ‘Gebiedsvisie Waal Energie’ (pagina 11: kolom 2, regel 20):
    Sommige bronnen kunnen op korte termijn gereed zijn (zon, wind, biomassa), andere pas op middellange termijn (geothermie, aquathermie) vanwege het onderzoek of ontwikkeling van infrastructuur hiervoor.

    En te vervangen door:
    Sommige bronnen kunnen op korte termijn gereed zijn (zon, wind), andere pas op middellange termijn (geothermie, aquathermie) vanwege het onderzoek of ontwikkeling van infrastructuur hiervoor.
  3. De volgende passage te schrappen uit de ‘Gebiedsvisie Waal Energie’ (pagina 12: kolom 1; regel 12):
    Voor warmte en koude wordt, na het nodige onderzoek, ingezet op aardwarmte (geothermie), warmte en koude uit oppervlakte- en grondwater en warmte uit biomassareststromen.

    En te vervangen door:
    Voor warmte en koude wordt, na het nodige onderzoek, ingezet op aardwarmte (geothermie) en warmte en koude uit oppervlakte- en grondwater en restwarmte van bedrijven. Binnen dit gebied zal geen biomassa worden verbrand.
  4. De volgende passage te schrappen uit de ‘Gebiedsvisie Waal Energie’ (pagina 12; kolom 1; regel 34 t/m 55):
    Specifiek voor verbranding van houtige biomassa stelt de gemeente Nijmegen in haar warmtevisie de volgende voorwaarden: (i) alleen inzetten als transitiebrandstof, (ii) biomassa is afkomstig uit de regio, (iii) het is snoeiafval en afval dat bij bosonderhoud vrijkomt en (iv) voor het (collectief) toepassen van biomassa gelden milieueisen en moeten de rookgassen gezuiverd worden. Vanuit het Groene Hub concept en vanwege de maatschappelijke discussie over biomassa, worden hieraan nog randvoorwaarden toegevoegd, namelijk (i) het gebruik van biomassa moet van meerwaarde zijn voor de omliggende bedrijven en/of wijken en (ii) er moet een verband worden gelegd met circulaire economie en iii) biomassa wordt toegepast als onderdeel van een warmtecentrale en niet in een aparte biomassacentrale.
    Met betrekking tot het tweede punt wordt technologie ontwikkeld om biomassa reststromen hoger te verwaarden en te koppelen aan bijvoorbeeld bio-raffinage initiatieven op het terrein. Het biomassadeel van de warmtecentrale kan doorgroeien met toevoeging van CO2-afvang om negatieve emissies te creëren en basismoleculen te leveren om tezamen met geproduceerde waterstof nieuwe producten (bv. energiedragers) te kunnen vormen.
  5. De volgende passage te schrappen uit de ‘Gebiedsvisie Waal Energie’ (pagina 15; kolom 1; regel 27):
    Het cascaderen van biomassa is ook een circulaire activiteit. ENGIE heeft de ambitie om de biomassa die in eerste instantie ingezet wordt om te voorzien in de warmtebehoefte te cascaderen en in te zetten voor bioraffinage.

    En te vervangen door:
    Het cascaderen van biomassa is ook een circulaire activiteit. ENGIE heeft de ambitie om de biomassa te cascaderen en in te zetten voor bioraffinage. Biomassa wordt in dit gebied niet verbrand voor warmte of elektriciteit, en niet gebruikt om biobrandstoffen te produceren.
    Indien bij de vervaardiging van hoogwaardige grondstoffen/ producten uit biomassa (niet zijnde energiedragers) bijproducten en/of restproducten ontstaan, worden deze ook weer zo hoogwaardig mogelijk verwerkt. Ze worden alleen verbrand, indien 1) er aantoonbaar geen hoogwaardiger alternatief bestaat en 2) verbranding minder schade oplevert voor het milieu en de leefomgeving dan wanneer de bijproducten en/of restproducten zelf in het milieu of de leefomgeving zouden worden gebracht.
    Binnen dit gebied vindt geen mestvergisting plaats.

En gaat over tot de orde van de dag.

Eline Lauret (Partij voor de Dieren)

Marij Feddema (SP)

Jean-Paul Broeren (Stadspartij DNF)

Ammar Selman (PvdA)

Paul Eigenhuijsen (VoorNijmegen.nu)

Lusanne Bouwmans (D66)

Daan Moerkerk (GroenLinks)

Mark Buck (CDA)

Hans van Deurzen (50Plus)

[1] https://www.trouw.nl/duurzaamheid-natuur/waarom-biomassa-een-grotere-klimaatkiller-is-dan-steenkool~b8d089d1/

[2] https://www.raeng.org.uk/publications/reports/biofuels

[3] https://www.bioconomy.nl/cascadering-de-betekenis-voorbeelden-en-hergebruik-van-biomassa/#1

[4] https://bosgroepen.nl/tak-en-tophout-waardevoller-in-het-bos-dan-als-biomassa/

[5] https://www.nrc.nl/nieuws/2018/11/16/biomassa-stoken-is-een-ramp-voor-het-klimaat-a2755398

[6] https://downtoearthmagazine.nl/draaien-kolencentrales-straks-op-bos/


Status

Aangenomen

Voor

Partij voor de Dieren, SP, Stadspartij Nijmegen, PvdA, Voor Nijmegen.NU, D66, GroenLinks, CDA, 50PLUS

Tegen

VVD, Gewoon Nijmegen