Nieuwe cijfers van het RIVM over houtstook door parti­cu­lieren


Wat kunnen we doen om lucht­kwa­liteit en gezondheid verder te verbe­teren?

Indiendatum: 19 feb. 2021

Houtstook door particulieren in kachels en open haarden heeft schadelijke gevolgen voor de luchtkwaliteit en de gezondheid. Dat wordt nog te vaak onderschat. Dat het probleem aanzienlijker is dan gedacht, blijkt uit de nieuwe cijfers die het RIVM op 15 februari 2021 heeft gepubliceerd [i] [ii].

Sinds 2021 wordt in Nederland, in navolging van andere Europese landen, ook condenseerbaar fijnstof meegenomen in de berekeningen van de Emissieregistratie [iii]. Dit, omdat bij het stoken van hout naast vast fijnstof ook condenseerbaar fijnstof vrijkomt, dat vooral bestaat uit organische stoffen die binnen enkele meters na het verlaten van de schoorsteen afkoelen en condenseren tot deeltjes in de lucht [iv]. Door deze nieuwe, meer accurate rekenmethode blijkt dat het aandeel PM2.5 (het type fijnstof waarover het gaat) uit houtstook stijgt van ongeveer 10 naar ongeveer 23 procent in de landelijke uitstoot.

Deze nieuwe cijfers [v] en inzichten hebben (mogelijk) invloed op het beleid dat de gemeente kan en wil voeren ten aanzien van particuliere houtstook. Wij hebben daarom de volgende vragen aan het college:

1.
Heeft u kennisgenomen van de laatste cijfers in de emissieregistratie van het RIVM?

2.
Is het bekend hoeveel woningen in Nijmegen worden verwarmd met hout(producten)?
Zo ja, hoeveel zijn dat? Is het aantal in de afgelopen vijf jaar toe- of afgenomen?
En zo ja, is er daarbij een onderscheid te maken tussen hoofdverwarming en bij- of sfeerverwarming?
Zo nee, bent u (indien mogelijk) bereid deze cijfers te achterhalen?

3.
a. Wordt het aantal klachten van inwoners over houtrook bijgehouden?
Zo ja, hoeveel zijn dat er in de afgelopen vijf jaar? Welke zaken vallen op in de cijfers?
Zo nee, bent u (indien mogelijk) bereid deze cijfers te achterhalen?
b. Wordt er naar aanleiding van klachten onderzoek verricht?
Zo ja, in hoeveel gevallen? En hoe ziet dit onderzoek eruit?
Zo nee, waarom niet?
c. Ontvangt de gemeente wel eens handhavingsverzoeken met betrekking tot (overlast van) houtstook?
Zo ja, hoeveel zijn dat er in de afgelopen vijf jaar? En zo ja, wordt in alle gevallen de wettelijke procedure doorlopen die volgt uit een handhavingsverzoek? En hoe vaak leidt deze procedure tot daadwerkelijke handhaving?
d. Bent u tevreden over de afhandeling van klachten en handhavingsverzoeken?
Zo nee, welke verbeteringen gaat u aanbrengen in de afhandelingsprocedures?

4.
Heeft de gemeente ooit in kaart gebracht of en waar er in de Nijmeegse stadsdelen, wijken en buurten sprake is van ervaren, dan wel objectief meetbare houtstook gerelateerde overlast?
Zo ja, wanneer heeft dit plaatsgevonden en wat waren de resultaten?
Zo nee, waarom niet?
En zo nee, bent u bereid dit op een geschikt moment in kaart te (laten) brengen, bijvoorbeeld bij de implementatie van een structureel meetnet luchtkwaliteit, of bij de uitvoering van de motie ‘Laat overlast van houtstook in rook opgaan’? Zo nee, waarom niet?

5.
a. Heeft u inzicht in het aantal unieke bezoekers van de gemeentelijke webpagina over houtstook [vi]?
Zo ja, hoeveel zijn dat in de afgelopen vijf jaar?
b. Heeft u tevens inzicht in het aantal keer dat er is doorgeklikt naar de links op deze webpagina, te weten: de Stookwijzer, het RIVM, Sterker sociaal werk en de webpagina over houtrook en gezondheid van de GGD?
Zo ja, hoeveel keer is dat per link gebeurd?
c. Bent u tevreden over deze cijfers?
Zo nee, wat gaat u doen om dit te verbeteren?

6.
Hoe vaak worden via de diverse (sociale) mediakanalen van de gemeente inwoners geattendeerd op de Stookwijzer (stookalarm) en/of inhoudelijk geadviseerd hoe om te gaan met houtstook?
Indien dit niet of sporadisch gebeurt, bent u bereid om dit structureel, dan wel frequenter te doen?
Zo nee, waarom niet?

7.
Deelt u de mening dat verbranding van hout(producten) voor de verwarming van woningen niet duurzaam is (gelet op onder andere onttrekking van hout uit ecosystemen, het vrijkomen van CO2, maar ook vervuiling door PM2.5)?
Zo nee, waarom niet?

8.
Ziet u mogelijkheden om aanschaf en gebruik van particuliere houtstook te ontmoedigen door, conform het principe van ‘de vervuiler betaalt’, de aanwezigheid van houtkachels en open haarden extra te belasten?
Zo ja, hoe gaat u dit regelen?
Zo nee, waarom niet?

9.
Ziet u mogelijkheden om middels wet- en regelgeving particuliere houtstook te beperken, door bijvoorbeeld een verbod op bepaalde stookmiddelen, een verbod op (nieuwe) houtgestookte installaties in (nieuwe) woningen en/of een algemeen, al dan niet tijdelijk, stookverbod in stadsdelen en wijken waar overlast aan de orde is?
Zo ja, welke en bent u bereid er uitvoering aan te geven?
Zo nee, waarom niet?

10.
Het is bekend dat de gemeente niet eigenstandig en als zodanig een algeheel (hout)stookverbod kan instellen voor particulieren en dat de bal wat dat betreft bij de rijksoverheid ligt. Wel staan in het Bouwbesluit 2012 (art. 7.22) en de gemeentelijke Bouwverordening van Nijmegen (art. 7.3.2) bepalingen opgenomen over overlast.
Ziet u met deze artikelen een mogelijkheid om (overlast door) particuliere houtstook met juridische instrumenten zoals handhaving terug te dringen of zelfs helemaal een halt toe te roepen?
Zo ja, hoe en wanneer gaat u dit uitvoeren?
Zo nee, waarom niet?
En zo nee, ook niet wanneer en indien objectief en structureel kan worden aangetoond dat er daadwerkelijk sprake is van overlast zoals bedoeld in genoemde artikelen, door bijvoorbeeld een te installeren meetnet? Zo nee, waarom niet?

11.
Op 23 september 2020 is de motie ‘Laat overlast van houtstook in rook opgaan’ van indieners GroenLinks, D66 en CDA aanvaard, waarin wordt verzocht om een tweejarige pilot te starten en daarin op te nemen: a) reductie van uitstoot door het verstrekken van een slooppremie voor kachels en een subsidie voor katalysatoren (waarvan de werking bewezen is), met als voorwaarde voor subsidie de deelname aan een workshop en bij bestaande kachels, b) voorlichting over het stoken van hout middels het verzorgen van gratis professionele workshops en c) te onderzoeken in hoeverre het mogelijk is om een verbod op overlast als gevolg van houtstook op te nemen in de APV. Tot slot verzoekt de motie na afloop van de pilot te rapporteren aan de raad en in die rapportage denkrichtingen voor de toekomst te plaatsen.
Op 17 november heeft u laten weten hoe het met de uitvoering van de motie staat.
Naar aanleiding van bovenstaand en de nieuwe cijfers van het RIVM de volgende vragen:
a. In hoeverre reduceren de katalysatoren met genoemde bewezen werking de uitstoot van PM2.5?
b. Wordt bij het bepalen van de werking van deze katalysatoren ook de uitstoot van condenseerbare PM2.5meegenomen? Zo ja, over hoeveel reductie gaat het dan?
c. Nieuwe houtkachels moeten voldoen aan minimum vereisten met betrekking tot (PM2.5) uitstoot. Wordt bij het bepalen van het toelaten van de diverse typen houtkachels ook de condenseerbare PM2.5 uitstoot meegenomen?
d. De motie stelt voor om subsidie mogelijk te maken voor katalysatoren. Als de PM2.5 uitstoot, met inbegrip van de condenseerbare variant, niet geheel of substantieel wordt gerealiseerd met een katalysator, vindt u het dan niet onwenselijk, een verkeerde insteek en een verkeerd signaal om belastinggeld (subsidie) in te zetten om luchtvervuiling te laten voortduren, ook al is dat in enige mate gereduceerd?
Zo nee, waarom niet?
e. De motie stelt voor om gratis workshops te organiseren met voorlichting over het stoken van hout. Bent u bereid daarbij nadrukkelijk aan te geven dat hout stoken niet duurzaam is en dat niet hout stoken de beste optie is om uitstoot van CO2 en PM2.5 en de daarmee gepaard gaande gezondheidsrisico’s te voorkomen?
Zo nee, waarom niet?
f. Vindt u het niet onwenselijk, een verkeerde insteek en een verkeerd signaal om publieke financiële middelen in te zetten voor workshops die gericht zijn op blijven stoken en daarmee het voort laten duren van uitstoot, zij het met enige reductie van negatieve effecten?
Zo nee, waarom niet?
g. De motie stelt tevens voor om de mogelijkheden te onderzoeken om overlast als gevolg van houtstook te verbieden. Erkent u dat houtstook negatieve effecten heeft op de luchtkwaliteit en daarmee op de gezondheid van inwoners, ook als deze niet bewust overlast ervaren?
Zo ja, bent u dan ook bereid om bij genoemd onderzoek de mogelijkheden tot een verbod op particuliere houtstook an sich, in enigerlei vorm, te betrekken, dus ongeacht bewust ervaren overlast? Zo nee, waarom niet?

[i] https://nos.nl/artikel/2368898-houtkachels-blijken-na-opnieuw-rekenen-grootste-bron-van-fijnstofuitstoot.html

[ii] https://www.trouw.nl/duurzaamheid-natuur/de-uitstoot-van-fijnstof-uit-houtkachels-in-huizen-is-veel-groter-dan-gedacht~b2c1ad82/

[iii] https://www.rivm.nl/nieuws/definitieve-emissiecijfers-over-2019-bekend

[iv] http://www.emissieregistratie.nl/erpubliek/erpub/condensable.aspx

[v] http://www.emissieregistratie.nl/erpubliek/erpub/international/luchtverontreiniging.aspx

[vi] https://www.nijmegen.nl/diensten/bouwen-en-wonen/hout-stoken/

Indiendatum: 19 feb. 2021
Antwoorddatum: 6 apr. 2021

Op 19 februari heeft u ons, naar aanleiding van de publicatie van nieuwe cijfers van het RIVM over houtstook door particulieren, vragen ex art. 39 gesteld. In deze brief geven wij u per gestelde vraag de betreffende informatie.

1. Heeft u kennisgenomen van de laatste cijfers in de emissieregistratie van het RIVM?

Antwoord:
Ja, wij hebben kennis genomen van deze cijfers.

2. Is het bekend hoeveel woningen in Nijmegen worden verwarmd met hout(producten)? Zo ja, hoeveel zijn dat? Is het aantal in de afgelopen vijf jaar toe- of afgenomen?
En zo ja, is er daarbij een onderscheid te maken tussen hoofdverwarming en bij- of
sfeerverwarming?
Zo nee, bent u (indien mogelijk) bereid deze cijfers te achterhalen?

Antwoord:
We kunnen op basis van de klachten in de afgelopen maanden wel zien waar nu het vaakst overlast wordt ervaren. Desgewenst zouden we hier onderzoek naar kunnen doen.

3. a. Wordt het aantal klachten van inwoners over houtrook bijgehouden?
Zo ja, hoeveel zijn dat er in de afgelopen vijf jaar? Welke zaken vallen op in de cijfers? Zo nee, bent u (indien mogelijk) bereid deze cijfers te achterhalen?

Antwoord:
Het aantal klachten van inwoners wordt bijgehouden.
Bij de gemeente Nijmegen zijn in 2018 5 klachten binnen gekomen over particuliere houtstook en in 2019 waren er 4 klachten. Tot november 2020 zijn er 9 klachten binnengekomen. Opvallend is dat sinds november 2020 het aantal meldingen heel sterk toeneemt. Dat heeft waarschijnlijk te maken met een nieuwe functie die is toegevoegd aan Stookwijzer, waardoor je daar direct overlast kunt melden. Daarnaast zijn er heel actief oproepen op social media geplaatst om te melden, is er veel aandacht van media en zijn mensen zijn veel thuis door de coronamaatregelen.
In de periode november en december 2020 zijn 78 overlastmeldingen via de stookwijzer binnengekomen van 25 unieke adressen. In de periode januari en februari 2021 zijn 140 overlastmeldingen via de stookwijzer binnengekomen van 48 unieke adressen.

3. b. Wordt er naar aanleiding van klachten onderzoek verricht? Zo ja, in hoeveel gevallen? En hoe ziet dit onderzoek eruit?
Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Wij willen overlast door houtstook ook graag aanpakken, maar onderzoek naar klachten kent nog veel beperkingen. In overleg met de klager kan de ODRN de schoorsteen van de stoker beoordelen op de voorschriften vanuit het bouwbesluit. Maar vaak kunnen we bij geconstateerde klachten niet meer doen dan mensen adviseren om het gesprek met elkaar aan te gaan. Dat wordt regelmatig niet als voldoende inzet ervaren en dat begrijpen we. Het instrumentarium dat een gemeente heeft omtrent stoken is nog beperkt. Gemeenten kunnen de aanwezigheid van houtkachels niet verbieden. Houtkachels zijn namelijk als product toegestaan op de (Europese) markt. Ook is er nauwelijks ruimte om juridisch houdbare en praktisch handhaafbare lokale regels te stellen voor de aanleg van het rookgaskanaal (schoorsteen), omdat het Bouwbesluit 2012 en bij inwerkingtreding van de Omgevingswet het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (Bbl) daarover al regels stelt. Op dit moment is er ook nog geen uniforme meetmethode en beoordelingskader om overlast te kwantificeren.

Zonder dit instrumentarium is het lastig om lokaal regels te stellen en deze te handhaven. Een van de thema’s binnen het Schone Lucht Akkoord (SLA) is gericht op de aanpak van de uitstoot van houtstook. Vanuit de Rijksoverheid wordt onderzoek gedaan naar een meetmethode en opstellen van een beoordelingskader. Binnen de pilot van het SLA wordt in samenwerking met gemeenten, waaronder Nijmegen, gekeken naar de toepasbaarheid van deze instrumenten en op welke wijze overlast van houtstook wel te reguleren kan zijn. We staan dus zeker welwillend tegenover strengere en duidelijke regelgeving. Op dit moment gebeurt dat vooral via voorlichting en we bekijken wat we via subsidies aan vervuilende kachels zouden kunnen doen.

3 c. Ontvangt de gemeente wel eens handhavingsverzoeken met betrekking tot (overlast van) houtstook?
Zo ja, hoeveel zijn dat er in de afgelopen vijf jaar? En zo ja, wordt in alle gevallen de wettelijke procedure doorlopen die volgt uit een handhavingsverzoek? En hoe vaak leidt deze procedure tot daadwerkelijke handhaving?

Antwoord:
Handhavingsverzoeken lopen via de ODRN. In de lijst met handhavingsverzoeken van de afgelopen 5 jaar komt geen specifiek verzoek om handhaving over houtstook naar voren.

3 d. Bent u tevreden over de afhandeling van klachten en handhavingsverzoeken? Zo nee, welke verbeteringen gaat u aanbrengen in de afhandelingsprocedures?

Antwoord:
Op dit moment zijn we bezig met het opzetten van een procedure om te reageren op overlastmeldingen via de Stookwijzer. De mogelijkheden hierin zijn voor ons als gemeente beperkt, zoals toegelicht bij vraag 3b We kijken uit de resultaten van onderzoeken die plaatsvinden vanuit de Rijksoverheid op het gebied van meetmethodes voor houtstook en een bijbehorend beoordelingskader. Zie ook vraag 3b.

4. Heeft de gemeente ooit in kaart gebracht of en waar er in de Nijmeegse stadsdelen, wijken en buurten sprake is van ervaren, dan wel objectief meetbare houtstook gerelateerde overlast?
Zo ja, wanneer heeft dit plaatsgevonden en wat waren de resultaten?
Zo nee, waarom niet?
En zo nee, bent u bereid dit op een geschikt moment in kaart te (laten) brengen, bijvoorbeeld bij de implementatie van een structureel meetnet luchtkwaliteit, of bij de uitvoering van de motie ‘Laat overlast van houtstook in rook opgaan’? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
In 2016 is bij de peiling onder het Nijmeegs digitaal stadspanel gevraagd naar hinder van houtstook in de woonomgeving1. Hierbij gaf 14% van de panelleden aan regelmatig of vaak hinder te ondervinden van houtkachels of open haarden in en om het huis, 68% ervaart (bijna) nooit overlast. Uit het onderzoek komt naar voren dat de overlast in alle stadsdelen voor komt. In Nijmegen Centrum, Nijmegen Oost en Oud West wordt minder vaak overlast ervaren.

5. a. Heeft u inzicht in het aantal unieke bezoekers van de gemeentelijke webpagina over houtstook 6?
Zo ja, hoeveel zijn dat in de afgelopen vijf jaar?

Antwoord:
We hebben cijfers voor het aantal unieke bezoeken aan de pagina, niet de bezoekers.
De pagina bestaat sinds 6 augustus 2020: tot en met 4 maart 2021 is de pagina 1.252 keer bezocht.

b. Heeft u tevens inzicht in het aantal keer dat er is doorgeklikt naar de links op deze webpagina, te weten: de Stookwijzer, het RIVM, Sterker sociaal werk en de webpagina over houtrook en gezondheid van de GGD?
Zo ja, hoeveel keer is dat per link gebeurd?

Antwoord:
Doorkliks per link in de periode 6 augustus 2020 t/m 4 maart 2021:

c. Bent u tevreden over deze cijfers?
Zo nee, wat gaat u doen om dit te verbeteren?

Antwoord:
Over de cijfers zijn wij tevreden. Het doel van de webpagina is vooral om vindbaar te zijn op de gemeentesite. We willen zo veel mogelijk doorverwijzen naar de stookwijzer, maar ook benoemen waar mensen terecht kunnen met een hulpvraag. We zien we dat zo’n 38 procent doorklikt naar de stookwijzer. Op de stookwijzer staat wanneer mensen beter niet kunnen stoken en waarom. Ook staan er handige tips op om schoner te stoken.

6. Hoe vaak worden via de diverse (sociale) mediakanalen van de gemeente inwoners geattendeerd op de Stookwijzer (stookalarm) en/of inhoudelijk geadviseerd hoe om te gaan met houtstook? Indien dit niet of sporadisch gebeurt, bent u bereid om dit structureel, dan wel frequenter te doen?
Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Op het moment proberen we zo’n 1 keer per maand via onze social mediakanalen aandacht te besteden aan houtstook. We geven nu vooral voorlichting over beter stookgedrag (zoals dat ook eerder door de gemeenteraad is gevraagd). Die focus is er ook omdat er nu nog geen wet- en regelgeving is die gemeenten voldoende handvatten voor bijvoorbeeld handhaving geeft. We proberen vooral te communiceren op momenten dat het vuur beter uit kan blijven. Denk aan mist, windstil weer of slechte luchtkwaliteit. Ook delen we altijd het stookalert op Twitter wanneer deze is afgegeven door het RIVM voor de provincie Gelderland.

7. Deelt u de mening dat verbranding van hout(producten) voor de verwarming van woningen niet duurzaam is (gelet op onder andere onttrekking van hout uit ecosystemen, het vrijkomen van CO2,maar ook vervuiling door PM2.5)?
Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Wij delen uw mening gedeeltelijk. Volgens de vastgestelde bepalingen over groene energie behoort houtstook tot de groene energie-vormen omdat het in principe hernieuwbaar is: biomassa raakt niet op, het kan weer aangroeien. Hoe duurzaamheid bepaald moet worden, daar zijn landelijk de meningen over verdeeld. Wel zijn wij van mening dat houtstook geen geschikte methode is om woningen aardgasvrij te verwarmen. In onze warmtevisie daarover hebben we het volgende vastgelegd: “Wanneer biomassa in de vorm van hout of houtpallets in een woning als verwarming worden gebruik, ontstaat er vaak overlast door geur en uitstoot van fijnstof. Daarom wordt individueel gebruik van biomassa niet gezien als een geschikt alternatief voor aardgas”.

8. Ziet u mogelijkheden om aanschaf en gebruik van particuliere houtstook te ontmoedigen door, conform het principe van ‘de vervuiler betaalt’, de aanwezigheid van houtkachels en open haarden extra te belasten?
Zo ja, hoe gaat u dit regelen?
Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Nee, de gemeente is niet bevoegd om hout als brandstof of de aanschaf van kachels extra te belasten, dit wordt landelijk geregeld. Voor het principe ‘de vervuiler betaalt’ is inzicht nodig op de aanwezigheid van kachels en het gebruik daarvan. Dit overzicht hebben we niet.

9. Ziet u mogelijkheden om middels wet- en regelgeving particuliere houtstook te beperken, door bijvoorbeeld een verbod op bepaalde stookmiddelen, een verbod op (nieuwe) houtgestookte installaties in (nieuwe) woningen en/of een algemeen, al dan niet tijdelijk, stookverbod in stadsdelen en wijken waar overlast aan de orde is?
Zo ja, welke en bent u bereid er uitvoering aan te geven?
Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
De gemeente onderzoekt op de mogelijkheden via de APV en de mogelijkheden binnen de nieuwe Omgevingswet om overlast van houtstook te beperken.

10. Het is bekend dat de gemeente niet eigenstandig en als zodanig een algeheel (hout)stookverbod kan instellen voor particulieren en dat de bal wat dat betreft bij de rijksoverheid ligt. Wel staan in het Bouwbesluit 2012 en de gemeentelijke Bouwverordening van Nijmegen bepalingen opgenomen over Overlast. Ziet u met deze artikelen een mogelijkheid om (overlast door) particuliere houtstook met juridische instrumenten zoals handhaving terug te dringen of zelfs helemaal een halt toe te roepen?
Zo ja, hoe en wanneer gaat u dit uitvoeren?
Zo nee, waarom niet?
En zo nee, ook niet wanneer en indien objectief en structureel kan worden aangetoond dat er daadwerkelijk sprake is van overlast zoals bedoeld in genoemde artikelen, door bijvoorbeeld een te installeren meetnet? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Nee, uit artikel 7.22 van het Bouwbesluit vloeit niet voort wanneer moet worden gesproken van overmatige hinder. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft in meerdere uitspraken overwogen dat er ook geen algemeen aanvaarde inzichten bestaan over beantwoording van de vraag of, en zo ja, onder welke omstandigheden en bij welke frequentie, rook afkomstig van gebruik van een houtkachel schade aan de mens toebrengt. Het is dus niet duidelijk wanneer sprake is van overlast, terwijl dat wel aantoonbaar moet zijn om te kunnen ingrijpen op basis van bovenstaand kader. De rijksoverheid werkt aan een uniforme meet- of beoordelingsmethode. In het uitvoeringsprogramma luchtkwaliteit is opgenomen dat als deze methode beschikbaar komt de gemeente een afweging zal maken of deze methode geïmplementeerd kan worden. Door het Rijk is in antwoord op Kamervragen recent nog aangegeven dat men bereid is om met gemeenten en provincies te kijken naar de mogelijkheid van een stookverbod bij windstil weer. Op basis van de resultaten van dit onderzoek kan een afgewogen beslissing worden genomen.

11. Op 23 september 2020 is de motie ‘Laat overlast van houtstook in rook opgaan’ van indieners GroenLinks, D66 en CDA aanvaard, waarin wordt verzocht om een tweejarige pilot te starten en daarin op te nemen: a) reductie van uitstoot door het verstrekken van een slooppremie voor kachels en een subsidie voor katalysatoren (waarvan de werking bewezen is), met als voorwaarde voor subsidie de deelname aan een workshop en bij bestaande kachels, b) voorlichting over het stoken van hout middels het verzorgen van gratis professionele workshops en c) te onderzoeken in hoeverre het mogelijk is om een verbod op overlast als gevolg van houtstook op te nemen in de APV. Tot slot verzoekt de motie na afloop van de pilot te rapporteren aan de raad en in die rapportage denkrichtingen voor de toekomst te plaatsen.
Op 17 november heeft u laten weten hoe het met de uitvoering van de motie staat.
Naar aanleiding van bovenstaand en de nieuwe cijfers van het RIVM de volgende vragen:
a. In hoeverre reduceren de katalysatoren met genoemde bewezen werking de uitstoot van
PM2.5?

Antwoord:
Reducties voor fijnstof van meer dan 50% zijn gemeten voor katalysatoren. Hierbij is geen onderscheid gemaakt naar PM10 en PM2,5.

b. Wordt bij het bepalen van de werking van deze katalysatoren ook de uitstoot van condenseerbare PM2.5 meegenomen? Zo ja, over hoeveel reductie gaat het dan?

Antwoord:
Naar de werking van katalysatoren op de uitstoot van condenseerbare PM2,5 is geen afzonderlijk onderzoek gedaan.

c. Nieuwe houtkachels moeten voldoen aan minimum vereisten met betrekking tot (PM2.5) uitstoot. Wordt bij het bepalen van het toelaten van de diverse typen houtkachels ook de condenseerbare PM2.5 uitstoot meegenomen?

Antwoord:
Voor nieuwe particuliere kachels gaat in Europa vanaf 2022 een productbeleid gelden (Eco- design richtlijn). Dat wil zeggen dat alleen toestellen op de markt komen die aan typekeureisen voldoen. De typekeureisen hebben betrekking op het rendement, de veiligheidsaspecten en de uitstoot (emissies). De opgenomen emissie-eisen hebben betrekking op het totaal aan fijnstof. PM2,5 heeft een aandeel in dit totaal fijnstof. Er zijn geen richtlijnen opgenomen voor de afzonderlijke fracties van fijnstof.

d. De motie stelt voor om subsidie mogelijk te maken voor katalysatoren. Als de PM2.5 uitstoot, met inbegrip van de condenseerbare variant, niet geheel of substantieel wordt gerealiseerd met een katalysator, vindt u het dan niet onwenselijk, een verkeerde insteek en een verkeerd signaal om belastinggeld (subsidie) in te zetten om luchtvervuiling te laten voortduren, ook al is dat in enige mate gereduceerd?|
Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Nee, gemeenten kunnen de aanwezigheid van houtkachels niet verbieden. Houtkachels zijn namelijk als product toegestaan op de (Europese) markt. Het plaatsen van een katalysator kan de uitstoot en daarmee gezondheidsrisico’s en overlast verminderen. Dat is niet de ideale situatie (namelijk geen uitstoot), maar onder de huidige omstandigheden qua wet- en regelgeving wel een tussenstap om overlast substantieel te verminderen. We kiezen er liever voor om nu iets te doen dat effect heeft op het welzijn van Nijmegenaren dan te wachten op landelijke wetgeving waarvan we niet weten of en hoe snel die er komt. Dat laat onverlet dat we ons ondertussen blijven inzetten voor die duidelijke, uniforme en strengere regels.

e. De motie stelt voor om gratis workshops te organiseren met voorlichting over het stoken van hout. Bent u bereid daarbij nadrukkelijk aan te geven dat hout stoken niet duurzaam is en dat niet hout stoken de beste optie is om uitstoot van CO2 en PM2.5 en de daarmee gepaard gaande gezondheidsrisico’s te voorkomen?
Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Bij uitingen rondom de workshops die we als gemeente in eigen hand hebben zijn we bereid om duurzaamheidsaspecten en gezondheidsrisico’s uit te dragen.

f. Vindt u het niet onwenselijk, een verkeerde insteek en een verkeerd signaal om publieke financiële middelen in te zetten voor workshops die gericht zijn op blijven stoken en daarmee het voort laten duren van uitstoot, zij het met enige reductie van negatieve effecten?
Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Zie antwoord op vraag 11d.

g. De motie stelt tevens voor om de mogelijkheden te onderzoeken om overlast als gevolg van houtstook te verbieden. Erkent u dat houtstook negatieve effecten heeft op de luchtkwaliteit en daarmee op de gezondheid van inwoners, ook als deze niet bewust overlast ervaren?
Zo ja, bent u dan ook bereid om bij genoemd onderzoek de mogelijkheden tot een verbod op particuliere houtstook an sich, in enigerlei vorm, te betrekken, dus ongeacht bewust ervaren overlast? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Ja, daartoe zijn wij bereid.

Op dit moment onderzoeken we hoe we de maatregelen uit de motie vormgeven zodat we het volgende stookseizoen de pilot kunnen starten met workshops en de mogelijkheden voor subsidie en overlast opnemen in het APV in beeld hebben.

Hoogachtend,
Het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen