Michelle van Doorn over het bod van de Regionale Ener­gie­stra­tegie (RES 1.0)


Aanzet en richting geven aan de ambitie om in de regio Arnhem Nijmegen groot­schalig duurzame energie op te gaan wekken met wind en zon

28 april 2021

Voorzitter,

We leven in een tijd van crises. De coronacrisis houdt ons allemaal bezig; die ondervinden we allemaal dagelijks aan den lijve. De klimaatcrisis lijkt daardoor af en toe wat naar de achtergrond te verschuiven. Gelukkig staat ie wel blijvend op de politiek-bestuurlijke agenda en wordt er gewerkt aan maatregelen om verdere klimaatverandering tegen te gaan, zoals door de RES-regio Arnhem Nijmegen die een mooi bod ter instemming heeft voorgelegd. En instemmen, voorzitter, zullen we dan ook doen. We onderschrijven namelijk aanzet en richting.

Maar zoals u weet, hebben we ook zorgen.

We hebben de opgave om grootschalig zon- en windenergie op te wekken en om de natuur te beschermen. Mijn fractie wil graag beide, maar ziet ook dat er een spanning tussen de twee kan ontstaan, met name waar het gaat om het plaatsen van windturbines in bos. Daar zijn wij dan ook zeker geen voorstander van. De aanleg zelf gaat gepaard met verstoring en vernieling, maar ook als ze eenmaal draaien zijn er bezwaren, o.a. voor de biodiversiteit. Zo kan de slagschaduw nest- en broedbereidheid van vogelsoorten dwarszitten.

De klimaatcrisis is één ding en die moeten we aanpakken, maar de biodiversiteitscrisis is een andere en misschien nog wel ernstiger. Hoe het ook zij, je kunt niet de ene aanpakken en daarmee de andere verdiepen.

De tweede zorg heeft ook met windturbines te maken. Zoals inmiddels welbekend maken windmolens slachtoffers onder vogels, vleermuizen en insecten. Dat is niet alleen funest voor de biodiversiteit, die zich maar met moeite kan herstellen, maar ook voor de slachtoffers zelf. Is dat een reden om dan maar helemaal af te zien van windmolens? Zeker niet, want door onderzoek en innovatie kunnen we serieus het aantal slachtoffers beperken. Door bijvoorbeeld stilstand- en pauzefuncties, cameraherkenningstechnieken, het zwart verven van een wiek en door trekroutes in kaart te brengen. Her en der wordt er al de nodige energie gestoken in onderzoek en innovatie en daar moeten we gebruik van maken. En wie weet wat voor inzichten nog komen waar we nu nog geen weet van hebben.

Zonnevelden zijn wat minder controversieel, omdat ze minder zichtbaar zijn en intrinsiek een aantal bezwaren niet hebben. Maar ook bij grootschalige opwek van zonne-energie, moeten we oppassen de natuur, groen en blauw, niet het nakijken te geven. Het biedt juist ook kansen, bijvoorbeeld door het aanleggen van zonnevelden in gebieden met weinig ecologische waarde en soortenarmoede, waardoor natuur en biodiversiteit kunnen worden toegevoegd of versterkt.

Zoals in het RES-bod staat, is het creëren en behouden van draagvlak cruciaal voor het welslagen van de energietransitie. Natuurliefhebbers en -beschermers zijn al aan boord, maar dat moeten we ook zo houden. Bij hen groeit de zorg over de afwenteling van onze duurzame energiebehoefte op de natuur, die niet kan protesteren. Die zorg delen wij en willen we prominent op de agenda van de RES-regio. Daarom deel ik samen met GroenLinks, PvdA, CDA en D66 de motie ‘Groene energie ten koste van groen is niet groen’ in.

Voorzitter, als optimist zeg ik: met de wind onder de vleugels samen vooruit naar een zonnige toekomst.