Vogel­vrien­de­lijke wind­molens


Art. 39 vragen aan het college van burge­meester en wethouders

Indiendatum: 9 jul. 2021

Geacht college,

Naar aanleiding van een rapport van de Vogelbescherming, uitgevoerd door SOVON over risicogebieden voor vogels bij plaatsing van windmolens hebben wij vragen gesteld aan de projectleider van ENGIE. De windmolens die op het terrein worden geplaatst staan namelijk direct in een hoog risicogebied voor vogels. De beantwoording van deze vragen was onbevredigend en daarom willen we ook het college een aantal vragen stellen.

De Partij voor de Dieren vraagt zich naar aanleiding van bovenstaande het volgende af:

  1. Bent u op de hoogte van het nieuwe onderzoek van de Vogelbescherming in samenwerking met SOVON en de daaraan gekoppelde risico-inventarisatiekaart regio Arnhem-Nijmegen waarop precies het gebied rond het ENGIE terrein donkerrood is?[1]
  1. Bent u het met ons eens dat met deze nieuwe informatie aanvullende maatregelen om het risico op vogelsterfte te verminderen moeten worden gevraagd bij de bouw van de windmolens?
  1. Zo ja, in hoeverre kunnen het college en de raad deze nog als aanvullende eisen stellen?
  1. Zo nee, waarom niet?
  1. Zo ja, op welke termijn?
  1. Zo nee, waarom niet?

De fractie van de Partij voor de Dieren ziet met belangstelling uw antwoorden tegemoet.


[1] https://www.vogelbescherming.nl/actueel/bericht/vogels-en-windmolens-nieuwe-kaarten-geven-gebieden-aan-met-risicos-voor-vogels

Indiendatum: 9 jul. 2021
Antwoorddatum: 7 sep. 2021

In uw brief van 9 juli 2021 stelt u ons een aantal vragen over vogelvriendelijke windmolens.
Met deze brief geven wij hierop antwoord.

  1. Bent u op de hoogte van het nieuwe onderzoek van de Vogelbescherming in samenwerking met SOVON en de daaraan gekoppelde risico-inventarisatiekaart regio Arnhem-Nijmegen waarop precies het gebied rond het ENGIE terrein donkerrood is?

    Wij zijn op de hoogte van het onderzoek van SOVON.
  2. Bent u het met ons eens dat met deze nieuwe informatie aanvullende maatregelen om het risico op vogelsterfte te verminderen moeten worden gevraagd bij de bouw van de windmolens?
    a. Zo ja, in hoeverre kunnen het college en de raad deze nog als aanvullende eisen stellen?
    b. Zo nee, waarom niet?


    Het onderzoek van SOVON geeft aan in hoeverre in potentie bepaalde gebieden extra gevoelig zijn bij toepassing van windenergie. SOVON maakt daarbij de kanttekening dat per project nader onderzoek moet uitwijzen of die kans ook reëel is voor dat gebied. Bij de vergunningaanvraag in 2018 voor de turbines van Engie heeft bureau Waardenburg hierover geadviseerd. Dit bureau was ook mede-opsteller van de risico-inventarisatie van SOVON. Waardenburg concludeert in haar onderzoek dat de windturbines op het Engie-terrein maar een beperkte bedreiging vormen voor vogels.
    Aangezien de nieuwe kaart van SOVON gericht is op de potentie van de locatie en niet op de actuele waarde van de locatie en de actuele waarde van de locatie wel meegewogen is bij de vergunningverlening (door de Provincie, als bevoegd gezag) zien wij geen noodzaak tot het stellen van aanvullende eisen. Overigens zijn de verleende vergunningen definitief en zou dit dus ook formeel niet mogelijk zijn.
  3. Bent u ertoe bereid om ENGIE voor de bouw op te roepen maatregelen in te passen zoals het zwart maken van een wiek of detectiecamera’s?
    a. Zo ja, op welke termijn?
    b. Zo nee, waarom niet?


    De bouw van de windturbines is reeds vergevorderd. Wij roepen Engie daarom ook niet op om aanvullende maatregelen te nemen. Wel vragen wij hen bij een mogelijke evaluatie van de windmolens de vogelsterfte daarin mee te nemen. Tevens volgen wij de landelijke onderzoeken zoals in Eemhaven naar maatregelen om vogelsterfte door windmolens te verkleinen en bespreken wij de resultaten hieruit met de provincie als bevoegd gezag.